Deze website is niet goed met deze oude versie van Internet Explorer te bekijken. We raden u aan om naar de nieuwste versie van Internet Explorer te upgraden of gebruik te maken van Google Chrome of Firefox.
MENU

Logopedie

De logopedist op school leest van elk nieuw kind het dossier. Op grond daarvan screent of onderzoekt zij het desbetreffende kind.
De ouders krijgen een vragenlijst en een informatiefolder toegestuurd.
Als uit het onderzoek/screening en de ingevulde vragenlijst blijkt, dat logopedisch handelen nodig is, dan worden de ouders uitgenodigd voor een gesprek.
Logopedisch handelen gebeurt op de volgende manieren:

 

  • Individueel in de logopediekamer
  • Groepsles in de logopediekamer 
  • Begeleiden van taalgroepen in de klas 
  • Klassikale groepslessen

Alle individuele logopedieleerlingen hebben een eigen logopediemap. Daar worden alle spelletjes en oefeningen die tijdens de logopedie aan bod komen in gedaan. Voor elke vakantie mogen de kinderen de map meenemen naar huis. Als de ouders aangeven dat ze vaker willen oefenen, dan mag de map elke week mee naar huis.
Binnen de logopedie staat plezier hebben en succeservaringen opdoen in de communicatie centraal. Het begrijpen en begrepen worden is een belangrijk uitgangspunt.
Bij kinderen met ernstige spraak-, taalmoeilijkheden kunnen de volgende gebieden aan bod komen:

 

  • communicatieve voorwaarden: onder andere oogcontact en beurtgedrag; 
  • mondmotoriek: onder andere bewegingen van tong, kaak en lippen; 
  • eten en drinken; 
  • luisterhouding; 
  • spraakproductie: de uitspraak van klanken, woorden en zinnen; 
  • vervoegingen: onder andere werkwoordvormen, meervouden; 
  • zinsbouw: het maken van zinnen; 
  • auditieve vaardigheden: onder andere het verdelen van woorden in lettergrepen, het herkennen van klanken in een woord; 
  • woordenschat: het begrijpen en gebruiken van woorden; 
  • inhoudelijke verbanden: het verwoorden van onder andere middeldoe en oorzaakgevolg relaties; 
  • verhaalopbouw: het vertellen van een verhaa met een goede opbouw; 
  • taalgebruik: onder andere het aanpassen van de taa aan verschillende situaties en gesprekspartners. 

Binnen de logopedie aan kinderen met ernstige spraak- en taalmoeilijkheden wordt er vee gebruik gemaakt van visuele ondersteuning. Er worden bijvoorbeeld plaatjes, pictogrammen en ondersteunende gebaren gebruikt in de communicatie met deze kinderen.  
Onderstaande link geeft u en uw kind toegang tot ingesproken prentenboeken op de computer

http://groep3marsweijde.yurls.net/index.php?mod=yurlspage&pageId=32739
http://www.peuterplace.nl/kinderboeken/index.htm
http://www.bereslim.nl/


Voorleestips

 

  • Een boek kiezen In de boekwinkel en in de bibliotheek zijn zoveel boeken te vinden, dat het niet altijd meevalt om nou juist dat ene boek eruit te halen dat op een bepaald moment past bij de belevingswereld van uw kind. Het kan zijn dat er in het gezin een baby komt, of uw kind wordt zindelijk of leert zelfstandig naar de wc te gaan. Veel bibliotheken hebben de boeken over allerlei thema’s en ook in de boekwinkel kan men u boeken tonen over speciale onderwerpen. Let ook eens op als u op het consultatiebureau bent, want ook daar vindt u vaak tips voor geschikte boeken over allerlei thema’s.  

  • Hetzelfde boek een paar keer voorlezen Het is een feit dat jonge kinderen een verhaal eindeloos vaak willen horen en het telkens opnieuw weer prachtig vinden. U hebt zelf misschien allang genoeg van het boek, maar u weet dat herhaling erbij hoort. Als u zoveel mogelijk uit een prentenboek wilt halen, leest u het juist een paar keer voor. Hetzelfde boek een paar keer voorlezen hoeft echt niet saai te zijn als u telkens kiest voor een ander onderwerp om na het voorlezen over te praten: het thema, de hoofdpersoon of hebben de kinderen zelf zoiets wel eens meegemaakt? 
  • Voorleesrituelen Kinderen raken vertrouwd met allerlei rituelen: zo doen wij dat altijd! Ze voelen zich prettig als ze kunnen rekenen op het dagelijkse voorleesritueel: voorlezen op een vertrouwd moment, op een knusse plek met een kussen of knuffel erbij en met zo weinig mogelijk kans op storingen. Voorleestijd is de tijd waarin u samen kunt kijken, luisteren, praten en lachen.  
  • Voorlezen met stemmetjes In prentenboeken staan vaak veel korte spreekteksten. Het is helemaal niet nodig om u extra in te spannen om met verschillende stemmetjes voor te lezen. Bij peuters is dat nog niet zo aan de orde. Als u langzaam voorleest, goed articuleert en uw kind tijdens het voorlezen regelmatig aankijkt, dan treft u vaak veel beter de toon en zal uw kind goed begrijpen wie er in het boek iets zegt.  
    Te moeilijk of niet? Het kan prettig zijn om van andere ouders of leidsters, of in de bibliotheek of boekwinkel, titels van prentenboeken te horen die geschikt zijn voor de leeftijd van uw kind. Dan nog kan het zijn dat u aarzelt of het boek niet te moeilijk of te gemakkelijk is. Misschien helpt het om te weten dat een boek eigenlijk net een beetje te moeilijk mag zijn. Als u het meerdere keren voorleest en u praat samen over het verhaal, hebt u de meeste kans dat uw kind door een boek geboeid wordt.